Spring naar inhoud

September 2013

THUIS komen..

Toen ik na weken te hebben moeten wachten op de nieuwe druk eindelijk het allernieuwste liedboek in

handen kreeg, schrok ik wel, 1016 psalmen en liederen, bijkans te veel voor een mensenleven.

"Hoe kan ik hierin thuis-raken"?, vroeg ik me af.

Om dat toch te bereiken ging ik op zoek naar een lied, dat mij altijd zeer na aan het hart heeft gelegen.

"Leid, vriend'lijk licht, mij als de trouwe wacht

Leid Gij mij voort!"

Gezang 230 in de oude bundel (1938), in het nieuwe liedboek weggelaten, in het allernieuwste liedboek

ook weggelaten. Dit lied is geschreven door John Henry kardinaal Newman (1801-1890) en vertaald door

Jacqueline van der Waals (1868-1922).

Newman zat op een boot in de Middellandse Zee. Aan de mast was een lichtje bevestigd.

In de stilte van de nacht ging Newman op het dek zitten. Buiten genieten van de nacht.

Hij zag dat lichtje, dat met zijn stralen slechts een beperkte reikwijdte had.

Hij zag hoe de stuurman door dat lichtje net genoeg kon zien om aanvaringen te voorkomen.

Maar uiteindelijk smoorde ook dat vriend'lijk lichtje in de alomtegenwoordige duisternis.

Het kon slechts beperkt bijlichten, maar het was voldoende om voort te leiden!

"Leid Gij mij voort...

'k ben ver van huis en donker is de nacht..

Schoon ook de toekomst mij verborgen zij,

licht stap voor stap mij met Uw schijnsel bij".

Mijn toekomst is als een donkere nacht. Wie weet hoe de wereld er over tien jaar uit ziet.

"Wie dan leeft, wie dan zorgt", zeggen we graag. Het betekent in ieder geval dat we er rekening mee

houden dat wij dan niet meer leven.

Maar, Stap voor stap, licht mij met dat schijnsel bij

"Niet immer sprak mijn ziel zo stil tot U:

Leid Gij mij voort..".

Langs 't smalle pad tot in de donk're nacht"

En dan...

"De morgen gloort..

Dan lacht mij toe der eng'len trouwe wacht,

Die mij geleidd' en mij heeft thuis gebracht'.

"Thuis gebracht", .....

Soms denk ik dat achter alle menselijke strevingen, arbeid en inzet de behoefte schuil gaat "thuis te willen komen".

Daarom is dit lied ook zo'n ziels-lied.

Het laat voelen niet alleen dat de mens eens thuiskomt, maar dat hij altijd in deze wereld overal thuis is.

Immers, dat lichtje van God geleidt de mens altijd en overal naar zijn bestemming "thuis zijn'.

Er is alleen moed voor nodig. Moed om alleen te zijn in de donkere nacht en je zonder tussenkomst van anderen te

laten leiden door dat schijnsel.

Wanneer wij hiervan iets meer besef hadden, zouden er dan nog zoveel wanhopige vaders/moeders zijn die in scheiding

of gescheiden, alleen gelaten, de weg helemaal kwijtraken en de wereld niet meer beleven als een thuis?

Met soms de verschrikkelijkste gevolgen.

Wanneer jongeren dit lied tot zich door zouden laten dringen, zouden er dan nog zoveel xtc pillen verkocht worden?

Het is jammer dat dit lied niet is meegenomen in het allernieuwste liedboek.

Toen ik na de vakantie voor het eerst weer ons kerkje betrad en achter de avondmaalstafel stond, kijkend in de lege

ruimte, voelde ik me weer thuis.

De kerk wordt vaak "Gods huis" genoemd of "geestelijk tehuis".

Ik wil het wat bescheidener houden: "een huis waar een lieflijk schijnsel je bijlicht op je levensweg".

 

R. Stoel