Spring naar inhoud

Kerst 2013

De Godsvrede

Er was een oude boerenhofstede. De koude noordenwind joeg om de hoeve. Geen weer om naar buiten te gaan. De oude Ingmar Ingmarson liep tevreden en trots door zijn boerenhoeve. In de stallen en in de werkplaats zag hij zijn beide knechten druk bezig, in de keuken boende de meid de vloer, de andere meid stond bij het fornuis het kerstdiner klaar te maken.

Wat had hij de zaken toch goed voor elkaar. Een lieve vrouw, een sterke, slimme zoon, schoondochter en kleinkinderen en een hoeve met knechten en meiden zoals je in de verre omgeving niet zag. Vanavond was het kerstavond en op die avond lieten de Ingmarsons zien hoe goed ze het hadden. Er was voor iedereen in overvloed en ook het armenhuis in het dorp kon rekenen op een royale gift van de Ingmarsons, zodat ook de armen een goede kerst hadden in de mooie, maar vaak zo koude kerstavond. Nee, de oude Ingmarson was trots en wist dat ondanks en dankzij zijn welvaren de mensen in het dorp op hem konden rekenen in moeilijke en kwade dagen. Opeens bekroop Ingmar Ingmarson het verlangen even naar buiten te gaan, even zijn afrit op te lopen en dan even doorlopen tegen de heuvel op en dan van een afstand kijken naar de trotse boerenhoeve, dat mooie grote erf, dat er om deze tijd van het jaar zo keurig opgeruimd bij lag. Stiekem trok Ingmar zijn dikke overjas aan en ging naar buiten. Met diep genoegen stooof hij de koude winterlucht op, zodra hij de deur achter zich had dicht gedaan, hij liep de afrit op naar het bos toe, dat tegen de heuvel lag. Hij draaide zich om en keek naar die prachtige grijze rookpluimen uit zijn schoorstenen tegen de heldere winterlucht. En nu, dacht hij, nog even het bos in, even genieten van die stille pracht onder de bomen. Hoe lang de oude Ingmarson gelopen had, wist hij niet meer, maar ineens voelde hij zich koud worden en moe. Hij probeerde in te schatten waar hij was en hoever hij al gelopen had. Het was inmiddels gaan sneeuwen en het zicht was zeer weinig. Hij kon niet meer. Hij voelde niets meer, zonder dat hij het had gemerkt, was hij bevangen geraakt door de kou. De oude Ingmarson, zou dit te veel voor hem worden? Plotseling zag hij een hoop takken, met zijn laatste krachten kroop hij er heen, wrong zich tussen de takken en merkte dat hij in een donker hol terecht was gekomen. Hij ging liggen en toen voelde hij iets harigs, iets warms en hij hoorde een licht gegrom. Toen viel de oude Ingmarson in een diepe slaap.

Op de hoeve was men inmiddels zeer ongerust. Men had gezien dat de winterjas van Ingmar Ingmarson niet meer aan de kapstok hing en men begreep dat hij ergens buiten moest zwerven. Maar de oude vrouw Malena Ingmarson wilde beslist niet dat haar zoon met de knechten naar buiten ging om te zoeken. Dat was veel te gevaarlijk met die sneeuw en harde wind. Het werd een heel moeilijke kerstavond en in plaats van de oude Ingmarson pakte nu zijn vrouw Malena de Bijbel van de plank en las iedereen in de keuken eerst een paar verzen voor uit Jesaja 65:25. De wolf en het lam zullen samen weiden en de leeuw zal stro eten met het rund, zij zullen geen kwaad doen noch verderf stichten...

Vervolgens las zij het verhaal van de geboorte van Jezus, de redder, het verhaal van Jozef en Maria en de herders in het veld. Malena slaagde er in met haar warme moederlijke stem de aandacht van iedereen ten volle te krijgen. Die nacht, nadat ieder naar bed was gegaan, sliep niemand. Iedereen was met de gedachten bij ingmar Ingmarson. De volgende morgen, voordat het licht was, werd er buiten op de deur geklopt. Daar stond de oude Ingmarson. Fris, alsof hij uitstekend geslapen had. Binnen vertelde hij van een beer en hoe dan ook, al had lekker tegen die beer gelegen, die beer moest natuurlijk geschoten worden. Welke boer liet beren toe zo dicht bij zijn hoeve. Hij beval zijn zoon en knechten de geweren te pakken en met hem mee te gaan. Twee uur later stonden ze bij het hol. De mannen legden de geweren aan, wilden richten om te schieten toen opeens de beer uit zijn hol sprong en met een geweldige klap de oude Ingmarson tegen zijn hoofd sloeg, zodat hij neerviel. Van verbijstering, alles ging zo vlug, lette niemand meer op de beer, die razendsnel het bos in vluchtte. De oude Ingmarson was dood.

's Middags zaten Malena Ingmarson en haar zoon op de pastorie om het overlijden van Ingmar Ingmarson aan te geven. De zoon zei: "Dominee, wij willen niet dat u vaders' naam met al zijn titels noemt vanaf de kansel om zijn overlijden af te kondigen".
"En", zei vrouw Ingmarson, "wij zullen hem gewoon op een doordeweekse dag begraven, in de morgen zo vroeg mogelijk. Wij gaan ook geen begrafenismaal houden en er zal ook geen rouwstoet zijn". De dominee wist niet wat hij hoorde. De oude Ingmarson als hond begraven zonder dat iemand daar van wist. De oude vrouw legde uit: "Wanneer mijn man iets had misdaan tegen de koning of tegen de wetten van het land, dan had ik hem met alle eer laten begraven. Ingmarson heeft de wet van God gebroken, die zegt dat in de kersttijd er vrede moet zijn ook tussen mens en dier. Die beer heeft zich daaraan gehouden. Mijn man niet! Wij rijkste mensen van de wijde omgeving moeten het goede voorbeeld geven. Daarom laat ik de mensen zien dat, wij Ingmarsons, buigen voor God en voor Hem nederig zijn".


(door Selma Lagerlof, bewerkt door R. Stoel)