Spring naar inhoud

Kerst 2010

OOK MENSEN

Ook mensen worden gezaaid; generatie op generatie. En komt er dan zomaar een kindje....?
"Nee", zegt Mattheus, de schrijver van het eerste evangelie. Dat kindje is gezaaid van generatie op generatie. Mattheus begint zijn verhaal over het leven van Jezus met zijn stamboom. Op een manier zoals wij het niet meer zouden doen. Alleen de vaders worden genoemd.
De moeders zijn niet van belang.

Wanneer nu een van die voorvaderen of voormoederen van Jezus een andere man of vrouw was geweest dan genoemd, dan was Jezus een andere man geweest. Mattheus wilde met die stamboom aangeven wat voor mens Jezus was.

Het gekke is dat toch vijf vrouwen (voormoederen) wèl genoemd worden. Hier het verhaal van Ruth en Maria.
Tamar, Ruth en Maria, vrouwen die er voor gezorgd hebben dat de stamboom er uitziet zoals dieer uitziet, dat Jezus is wie hij is!
Zij zullen het nooit zo beseft hebben, zoals die boer dat groot verborgen werk in de aarde, wanneerhet zaad ontkiemt en groeit, niet doorgrondt, maar gewoon zaait....

R. Stoel

RUTH

Naomi heette haar schoonmoeder. Een Judeese vrouw uit Bethlehem. Zij was jaren geleden gevlucht voor droogte en hongersnood uit haar geboortestad Bethlehem, samen met haar man en twee zonen. Zij wisten een nieuw leven op te bouwen in het buurland Moab. Haar man stierf. Toen haar zonen volwassen waren, trouwden ze. Met Moabitische vrouwen, Orpa en Ruth. Maar helaas, haar beide zonen stierven spoedig. Naomi wilde kort daarop terugkeren naar haar vaderland, naar Bethlehem in Judea. Orpa en Ruth besloten om hun diepbedroefde schoonmoeder te volgen. Zij wilden haar niet alleen laten gaan. Maar toen ze al een eind onderweg waren, drong Naomi aan: "Ga naar je ouderlijk huis terug, wellicht vinden jullie nog weer een lieve man, waarom zou je met mij meegaan naar een vreemd land, waar je niemand kent".

Uiteindelijk kust Orpa haar schoonmoeder en gaat terug. Maar Ruth is zeker niet van plan die oude geknakte vrouw, haar schoonmoeder, alleen verder te laten gaan. Zij zegt: "Dring er bij mij verder niet op aan, ik laat u niet alleen. Waar u zult gaan, daar zal ik gaan, waar u zult slapen, daar zal ik slapen, uw volk is mijn volk en uw God is mijn God, waar u zal sterven, daar zal ik sterven en daar begraven worden".

Ruth ging mee naar Bethlehem. Om enigszins in hun onderhoud te kunnen voorzien, ging Ruth uit "aren lezen". Dat was een recht van de armen. Alles wat de veldarbeiders lieten liggen, mochten de armen oprapen. De boer bij wie Ruth dat deed, heette Boaz. En Boaz zag een knappe, jonge vrouw en deed navraag wie zij was. Spoedig gaf hij zijn arbeiders de opdracht wat extra te laten liggen voor Ruth en haar schoonmoeder Naomi. Na de oogst werd het oogstfeest gehouden. Van de wijn werd Boaz vrolijk en later slaperig en ging liggen aan het einde van de korenhoop. Ruth, de hele avond in de buurt, sloop naar hem toe, sloeg zijn voetenkleed op en ging daar onder liggen. Rond middernacht werd Boaz wakker en zag tot zijn schrik Ruth aan zijn voeteneinde. Een kort maar zeer veelbetekenend gesprek volgde. Maar dan zegt Boaz gehaast: "Zorg dat je in alle stilte verdwijnt. Hier neem nog wat extra gerst mee naar je schoonmoeder. Maar laat niemand merken dat jij als vrouw hier op de dorsvloer was".

Een korte tijd later trouwden zij en kregen een zoon "Obed", de grootvader van koning David. Maar Ruth is ook de bet-bet-bet-etc. overgrootmoeder van Jezus. Zou zij ooit beseft hebben dat zij een schakel was in het grote werk van God alleen....Wiens wil geschiede....?
Wanneer Ruth net als Orpa terug was gegaan naar haar eigen land en volk, dan was Jezus....... anders geweest of .....niet geweest.

Eeuwen later waren Jezus en zijn leerlingen bij elkaar. Het was net zo'n grensmoment als toen Ruth tegen Naomi zei: "Ik ga met u mee en blijf aan uw zijde". Jezus begreep dat zijn werken onder de mensen hem veel vijandschap had opgeleverd. Bovendien spanden verschillende groepen om verschillende redenen tegen hem samen en zou Hij spoedig gearresteerd, berecht en gedood worden. Daarom spreekt Hij nog eens rustig tot zijn leerlingen en zegt: " Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van deze wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op, ik was naakt en jullie kleedden mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe, ik was ziek en jullie bezochten mij".

"Wanneer hebben wij u hongerig gezien, dorstig, als vreemdeling, naakt, ziek of gevangen"? En dan spreekt Jezus deze woorden: "Al wat u de minste van mijn broeders of zusters hebt gedaan, dat hebt gij mij gedaan."

R. Stoel

MARIA

Van haar geen bijzondere verhalen.

Alleen, hoe bijzonder is dat opeens voor jou een engel verschijnt, die jou zegt: "Wees gegroet Maria, vol van genade. De Heer is met je. Je zult zwanger worden, je zult een zoon baren en dan moet je hem Jezus noemen. Hij zal groot zijn en zoon van de Allerhoogste worden genoemd."

En in een oogwenk besefte Maria het "groot en verborgen werk van God alleen."....., waarin zij betrokken was door Hem,......wiens wil geschiede..... En zij zong het uit: "Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder....".

En zo kwam het dat in die nacht het kind werd geboren, Jezus, Redder, Messias, Heer.

Hoeveel mensen waren en zijn er eigenlijk die achter deze wereld, het gewoel van de mensen, achter hun eigen leven nog iets bevroeden van een "groot verborgen werk van God alleen...Wiens wil geschiede.....?".

Weinigen vrees ik.
Daarom zongen de engelen in die nacht zelf maar

ERE ZIJ GOD IN DE HOGE

VREDE OP AARDE VOOR ALLE MENSEN VAN GOEDE WIL..

En van alle mensen hoorden alleen enkele herders dat prachtige lied

R. Stoel

EN TOCH......., NOG EEN VROUW

Jo Rietema heette ze. Ze woonde samen met haar zuster Lien in de oude molen in Tjamsweer aan het Damsterdiep, vlak bij Appingedam. Een lieve intelligente vrouw, die veel deed voor kerk en gemeenschap, hielp mensen, bijv. jongeren met hun huiswerk, vaak persoonlijk. Toch voelde ze zich vaak diep eenzaam en triest.

"Waarom trappelden er nooit ais 'n poar kindervoutjes op mien schoot?"

In een van haar donkere uren schrijf zij het volgende gedicht, ook over een zaadje diep in de donkere aarde verborgen. Zij zag het groot verborgen werk van God alleen......, Wiens wil geschiede.....

NOAR 'T LICHT

'n Lutje zoadje
lag daip ien grond
Nou kieken bloumen
zo blied in 't rond

Hou von dat zoadje
zien weg noar "t licht?
Hou wer 't oet duuster
noar boven richt?

Gain mensk ken vatten
hou of het gaait
Wie zain allain moar
dat het bestaait

't Is om mie duuster
'k zai naargens licht....
Wor 'k ook onmaarkboar
Noar boven richt?....

Zol 't Licht er wezen
of zain wie 't nait?....
Zol ik ook gruien
ien mien verdrait?...

Vol doe dien hannen
'n Lichtstroal brekt deur
"Aal leven is Wonner"
Daank God er veur

R. Stoel