Spring naar inhoud

Juni 2015

Familienamen en eigenheid

In de middeleeuwen waren namen vaak gebonden aan de stee waar men woonde. Heette iemand Holthinghe, dan kon je er gif op innemen dat hij op "Holthinge - goet" woonde, vaak een eigenerfde boerenbedoening met toen nog ten hoogste acht bunder. Dan was je grootboer. De naam Hoving(h) laat zien dat je een afstammeling bent van de bewerkers van één van de bisschoppelijke hoven, die de bisschop van Utrecht in Drenthe bezat, o.a. Weierswold. Uiteraard ook boerenbedrijven en dat waren er nogal wat. Aanvankelijk heetten het "horigen" te zijn, wat betekende dat zij niet vrij waren ergens anders heen te gaan om te wonen of te werken. Zij waren gebonden aan die plaats. De opbrengsten van dat "goet" of de "hove"was voor de tafel van de bisschop. Minder gefortuneerde mensen werden vaak genoemd naar hun vader. Jansen betekent zoon van Jan, Pietersen zoon van Pieter enzovoort. Duidelijk was dat je werd gezien als een schakel in een lijn, familielijn wel te verstaan. Daaraan ontleende je je identiteit. Tot voor kort vroeg de veldwachter nog aan een jonge knaap die hij in de kraag had gegrepen wegens gepleegde ondeugd: "Van wel bist ain, of iene", afhankelijk van de streek in de Nedersaksische uitgestrektheid.

De laatste decennia kwam de aandacht te liggen op het individu, het gaat om jou, het gaat nu om jouw talenten, jouw wilskracht, jouw eigenheid. Je familie lijkt alleen nog belangrijk als daarin ziekten zijn die erfelijk genoemd kunnen worden. De uitdrukking "van je familie moet je het maar hebben" is zeer in zwang.

Nu staat in Lucas 14 de woorden van Christus: "Indien iemand zijn vader, zijn moeder, zijn broers en zusters, vrouw en kinderen niet haat, dan kan hij mijn leerling niet zijn". Dat klinkt wreed, maar laten we het even zo interpreteren, dat Christus de mensen er op wijst dat er momenten zijn in je leven, dat je afstand moet nemen van ouders, vrienden enz. Dat je je eigen weg moet zoeken. Dat was voor die tijd een revolutionaire opmerking. Familie, stam was alles. De individuele mens werd niet gezien. Ook in Israel betekende de naam Cohen bijvoorbeeld dat je uit een priestergeslacht stamde evenals de naam Levi. Ook nu nog vind je in de Arabische wereld en het Midden-Oosten nog een heel sterk familiegevoel.

Het was zeker tegen alle mores in, in de dagen van Christus, om te zeggen: "Je moet afstand kunnen doen van al wie en wat je het dierbaarst is, je familie".

Onlangs is in Valthermond een monument onthuld ter nagedachtenis aan die vreselijke veenbrand op 21 mei 1917. Een grote veenbrand, die landelijk nieuws werd. Er werden 90 huizen verwoest, de bevolking vluchtte massaal naar "voor in de Mond", richting Musselkanaal. Een schippersgezin waande zich veilig in de roef, maar kwamen om. In totaal verloren 17 mensen het leven. Janneke van der Lei Vos vluchtte te voet, hoogzwanger. Zij overleefde het wel, maar stierf in het kraambed en haar kind werd dood geboren. Haar dochter Jannie overleefde het. Jannie kwam terecht in een pleeggezin in Assen. Als jonge meid kreeg zij verkering, haar toekomstige schoonouders waren niet gelukkig met dit arme schipperskind. Haar vriend hield vol en vluchtte met Jannie naar Tasmanië. Daar stierf haar man op nog jonge leeftijd aan kanker. Jannie bleef met vijf kinderen achter. Jannie redde zich door een oude bus te kopen, langs hoeven en dorpen rijdend en van alles en nog wat verkopend. Later kocht zij nog een pompstation. Jannie had haar hele moeilijke leven één lijflied: "Al de weg leidt mij mijn Heiland, ach wat wenst mijn ziel nog meer.."
Haar kerk heeft dat gezongen bij haar begrafenis. Jannie en haar vroeg overleden man leggen de genoemde woorden van Christus beter uit dan welke dominee of pastoor ook.

Je bent misschien heel gelukkig met je familie, vrienden, maar je bent ook persoonlijk geroepen.

R. Stoel