Spring naar inhoud

Juni 2012

Hans en Grietje

Wij mensen kennen het gevoel van bodemloze angst heel goed. Wij koesteren die angst vaak ver voor de ramp. Als er echt iets met mensen aan de hand is, waarvan je zegt, "nu kunnen ze met recht bang zijn", blijken ze heel sterk te kunnen zijn

In de bijbel worden al vroeg deze menselijke oerangsten genoemd.
Psalm 23: Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want U bent bij mij,
uw staf en uw stok vertroosten mij.
Psalm 121: de Heer is uw bewaarder, de Heer is de schaduw aan uw rechterhand.

Nu hebben wij tegenwoordig sterk de neiging oerangstgevoelens weg te duwen. De farmaceutische industrie pikt met haar rustgevende middelen driftig een graantje mee. In de moderne opvoeding worden kinderen behoedt voor angsten. Politici beweren dat de situatie inderdaad zeer zorgwekkend is, maar al u maar op hem of haar stemt, komt het toch goed. We leven in een cultuur van geruststellen.
Maakt u zich vooral geen zorgen.
Maar altijd loert in ons onderbewuste de dreiging van de diepe afgronden.
Dat geruststellen is diep in onze moderne cultuur doorgedrongen.

Kent u het sprookje nog van Hans en Grietje.
Twee kinderen die door het bos liepen, verdwaalden en dan komen ze bij een huisje gebouwd van pannekoeken. Ze hebben honger en eten ervan. "Wie knabbelt er aan mijn huisje", klinkt opeens een schelle stem. Er komt een boze heks naar buiten en die pakt Hans en Grietje. Hans wil ze vetmesten en dan opeten, hij komt in een kooi, en Grietje moet voor de heks werken. Dan steekt Hans elke dag een potlood door de tralies, want de heks ziet niet meer goed, en dan voelt zij dat Hansje nog steeds broodmager is. Op een dag wil ze Hansje toch opeten en moet Grietje de oven extra heet opstoken. De heks controleert regelmatig de oven en op een geschikt moment duwt Grietje met een krachtige stoot de heks in de oven en doet de klep dicht. Dan gaat zij Hans bevrijden en wegwezen.
Eigenlijk een wreed en eng verhaal. Die heks was het kwaad........
Ternauwernood zijn Hans en Grietje ontsnapt.

Onze moderne tijd vindt dit type verhalen wat wreed en verzacht het verhaal. Op het moment dat Grietje de heks in de oven wil kieperen, begint de heks vreselijk te huilen en zegt dat zij als kind altijd door haar vader werd geslagen, nooit pannenkoeken mocht eten van haar moeder en daarom een huisje heeft gemaakt van pannenkoeken. Dat zij altijd gepest werd als kind op school en daarom diep in het eenzame bos is gaan wonen, ver weg van de mensen die alleen maar pesten.... Grietje krijgt medelijden, gooit haar niet in de oven, ze krijgt de sleutel van de kooi en Grietje laat Hans vrij. Ze gaan nog gezellig een glas chocolademelk drinken en zo is het gezellig nog.
Die heks blijkt uiteindelijk een hele verdrietige en zielige en lieve oude vrouw te zijn. Zo halen we het angstige uit sprookjes, de angel halen we er uit, het kwaad bestaat eigenlijk niet. Het is een vergissing en het kwade blijkt toch wel goed te zijn. Zo worden we gerustgesteld,

In dat echte sprookje worden Hans en Grietje plotseling overvallen door het kwaad. Heel eng. Ondanks hun angst houden zij het koppie erbij, blijven slim (potlood), en wachten het juiste moment af. Daardoor konden zij zich redden. Daar zit een heel diepe les in voor kinderen. Raak nooit in paniek, behoudt het overzicht en handel......
De les van vele moderne verhaaltjes is, behalve iets ethisch, solidair zijn met elkaar, het goede overwint, het kwaad, dat regelen we zelf wel... Dat is afvlakken van de kinderziel.

Tenslotte ga ik een heel ouderwetse uitspraak doen:
"het kwaad bestaat, angst ook, maar God bestaat ook, Hij is de schaduw van uw rechterhand, Hij is uw bewaarder".

R. Stoel