Spring naar inhoud

Januari 2011

HET KIND en ik.....

Jacqueline van der Waals kennen we allemaal van het kerklied "Wat de toekomst brengen moge"....

In 1907 heeft zij ook een klein boekje geschreven getiteld "Noortje Velt". Daarin vertelt zij van een meisje Noortje, dat al vroeg haar moeder verliest, na twee lange jaren ziekte, tbc. Ongeveer tien jaar oud was Noortje toen zij haar moeder alleen nog maar van achter een gordijn bij haar bed mocht spreken in verband met besmettingsgevaar. Moeder die er niet is en er ook wel is. Heel onduidelijk voor een kind. Nu vertelt Jacqueline van der Waals hier over zichzelf. Zij heeft haar moeder vroeg verloren. Het is een autobiografische novelle. Haar hele leven heeft Jacqueline hevig naar haar moeder verlangd, vol van heimwee. En op een kwade dag was het meisje haar medaillonnetje kwijt met een haarlok van haar moeder. Hevig ontdaan begon zij naarstig te zoeken, in de boekenkast, klerenkast, in, op onder het bed en toen nog maar een keer van voren af aan, maar zij kon het niet vinden. Nu had Noortje een klein rond spiegeltje, wat zij altijd bij zich droeg, een soort talisman. Dat had zij ook altijd tussen haar handen wanneer zij bad. In wanhoop viel zij bij haar opengewerkte klerenkast op haar knieen en bad God om Zijn hulp. In haar wanhoop liet Noortje het spiegeltje vallen en het viel precies in een schoen van haar, die half onder de kast stond. Noortje trok de schoen onder de kast vandaan, haalde het spiegeltje eruit en zag behalve het spiegeltje ook het medaillonnetje met de haarlok van haar moeder. Daarin zag zij een handwijzing van God dat zij eenmaal na dit aardse leven in de hemel regelrecht in de armen van haar moeder zou vallen. Jacqueline van der Waals heeft daaraan haar hele leven vastgehouden. En dat is opmerkelijk voor een zeer gestudeerde vrouw, die Noors en Deens goed beheerste, die de dochter was van een professor in de natuurkunde, die ook nog de Nobelprijs voor zijn werk had gekregen. En juist zij schrijft het lied dat in de kerk zo graag gezongen wordt door zowel vrijzinnige als orthodoxe mensen.

***WAT DE TOEKOMST BRENGE MOGE
MIJ GELEID DES HEEREN HAND
MOEDIG SLA IK DUS DE OGEN
NAAR HET ONBEKENDE LAND
LEER MIJ VOLGEN ZONDER VRAGEN
VADER WAT GIJ DOET IS GOED
LEER MIJ SLECHTS HET HEDEN DRAGEN
MET DE RUSTIG KALME MOED

Jacqueline van der Waals schrijft dit lied wanneer zij te horen heeft gekregen van haar dokters dat zij ernstig ziek is en niet lang meer zal leven. In 1922 is zij gestorven.

***LAAT MIJ NIET MIJN LOT BESLISSEN
ZO IK MOCHT IK DURFDE NIET
ACH HOE ZOU IK MIJ VERGISSEN
ALS GIJ MIJ DE KEUZE LIET
WIL MIJ ALS EEN KIND BEHAND'LEN
DAT ALLEEN DE WEG NIET VINDT
NEEM MIJN HAND IN UWE HANDEN
EN GELEID MIJ ALS EEN KIND

U ziet, hierin klinkt gehele overgave door, kind zijn, het vaderschap van God, behoefte aan geleid worden. Het kwam mij altijd wat vreemd voor dat ook vrijzinnige mensen het lied graag zongen. Hoe is het mogelijk dat ook vrijzinnige mensen, die vooral hun eigen menselijke boontjes willen doppen en zeker God niet willen zien als een God die jou bij het handje houdt, dit lied zo graag zongen en wellicht zingen? Die godsvoorstelling was en is toch te kinderachtig...? Waarom is dit lied nu al 80 jaar zo geliefd, ook bij vrijzinnigen?

Ik denk dat we allemaal graag zelfbewuste, zelf verantwoordelijke, zelfbepalende mensen willen zijn. Maar dat heeft ook een keerzijde. We hebben ook een onzekere kant. We zijn er ook wel eens doodop van om altijd zo flink te moeten zijn en voelen dan heel goed de woorden aan

***WIL MIJ ALS EEN KIND BEHAND'LEN
EN GELEID MIJ ALS EEN KIND

We zijn dan ook nog zo gehecht aan het kind dat we eens waren, Jacqueline van der Waals sprak/spreekt ons met dit lied rechtstreeks in het hart aan.

Nu was de 20e eeuw de eeuw van het kind. Opeens was er heel veel belangstelling voor het kind als eigenstandig wezentje. Boekjes als Ot en Sien, de tekeningen van Jetses vertelden ons van de eerbied voor het kind. Voor het eerst in de geschiedenis. Het onderwijs moest helemaal "vom Kinde aus..'

Ik heb de indruk dat dat de laatste 20 jaar weer is losgelaten. Scholen zijn in de eerste plaats resultaatgericht. Inspecties rekenen scholen niet af op wat zij voor het kind betekenen, maar op wat het kind al kan met rekenen, taal enz.

Misschien is Jacqueline van der Waals nu wat verouderd, maar ook de 21e eeuw heeft haar Jacqueline van der Waals nodig, haar Jetses, haar A. M. G. Schmidt, maar ook haar Wilhelmina Bladergroen.

R. Stoel