Spring naar inhoud

Februari 2014

Het ezeltje van Bileam

Er staan verhalen in de bijbel, waarvan je denkt: "Wat moet ik er mee?" Daar hoort ook bij het verhaal uit het boek Numeri over het ezeltje van Bileam. Het is een ontroerend verhaaltje. Bileam is een ziener, een man die sprak namens God. Dat hadden vele vorsten in die oude tijd door. Aan het woord van Bileam werd een absolute waarheid toegekend. Het is onduidelijk wat voor man het was, deze Bileam, hij wordt plotseling ten tonele gevoerd in Numeri 22.

Koning Balak van Moab zag een groot volk op zich afkomen vanuit Egypte. Hij werd bang en met hem al zijn onderdanen. De koning stuurde een delegatie naar de ziener Bileam om diens zegen te vragen en tevens de vervloeking van het volk Israel, dat Balak met tallozen op zijn volk zag afkomen.Daarom liet koning Balak de delegatie aan Bileam vragen om Israel te vervloeken en zijn volk te zegenen, hij dacht dat hij zo alleen de oorlog kon winnen.

Bileam hoorde de delegatie beleefd aan, maar was niet genegen mee te gaan. God had hem 's nachts verteld dat hij alleen mocht zeggen wat God hem zou ingeven te zeggen. De delegatie kwam nog een keer terug en toen besloot Bileam om de kant uit te gaan van koning Balak. Bileam nam zijn ezeltje mee en twee bedienden. Bileam zat op het ezeltje. Onderweg zag het ezeltje een engel met een zwaard voor zich staan. Dat was heel bedreigend voor het dier en zo vluchtte het van de weg af het veld in. Bileam begreep er niets van en sloeg het dier met een stok. Hij sleepte het dier naar de weg terug. Even later bereikten zij een smalle bergpas omgeven door rotswanden. Weer zag het dier de engel met dat zwaard. Uit angst drukte het beest zich tegen de rotswand aan met als gevolg dat het been van Bileam klem kwam te zitten. Bileam werd heel boos en sloeg er op los. Daarna liepen ze een eindje door, maar het pad werd steeds smaller met aan beide zijden muren van wijngaarden. Je kon geen kant op, alleen vooruit of achterwaarts. Toen ging het ezeltje liggen en weer sloeg Bileam er op los. Echter, God gaf het dier een stem, zodat de ezel sprak: "Waarom slaat u mij, baas? Heb ik u niet reeds mijn hele leven, jaar in jaar uit, op mijn rug gedragen, overal waar u maar heen wilde? Waarom slaat u mij?" Bileam stikte van woede en zei: "Omdat je zo koppig weigert\ gewoon door te lopen". "En", zei Bileam: "Wanneer ik een zwaard had gehad, had ik je gedood".

Opeens opende God de ogen van Bileam en toen zag hij de engel ook. En ook de engel vroeg: "Waarom heb jij driemaal je ezeltje geslagen? De ezelin zag mij en is voor mij uitgeweken, anders had ik jou zeker gedood. Denk er om, dat je geen toegevingen doet aan Balak, maar alleen de woorden spreekt, die God je ingeeft!"

En zo moest Bileam uiteindelijk koning Balak vertellen dat het volk Israel te sterk voor hem was en dat hij de oorlog zeker zou verliezen...

God spreekt door middel van heel Zijn schepping.

R. Stoel