Spring naar inhoud

Augustus 2011

Politoerde stoulen......

De Groningse gereformeerde schrijver Pieter Keuning (1882 - 1962) schreef een verhalenboek over de mensen rond 1900 in het dorp Spijk waar hij als zoon van een hoofdonderwijzer opgroeide. Zijn scherpe blik, zijn natuurlijk psychologisch inzicht in het denken van mensen maakten zijn boek " Kinderen in verstand en boosheid" tot een onvergankelijk tijdsdocument.

Een van zijn verhalen gaat over Tamme Maathuis. Als jonge man had hij verkering met een aardig meisje, Lize Wolters. Zij was enig kind van niet rijke, doch ook niet onbemiddelde ouders en dat telde op het Groningse platteland van die dagen. Samen met wat Tamme inbracht, ook als enig kind, was dat een aardig kapitaaltje, waarmee ze, als ze een beetje zuinig leefden, wel 'deur de tied komm'n zulden'.
De trouwdag werd vastgesteld en een paar nieuwe meubeltjes konden toch wel gekocht worden. En ziedaar, toen was het ineens 'af'. 's Avonds kwam Tamme thuis en zei kort en goed :" 't Is oet met Lize". "Heden mien tied", zei moeder,
"Bist betoeterd, jong", zei vader. 't Wicht is dol ien kop," zei Tamme.
"Nou wil ze in stad politoerde stoulen kopen." En Tamme wou het bij de veel goedkopere knopstoulen laten. En vader en moeder waren het er over eens dat dat ongehoorde geldverspilling was. Wat is er nou minderwaardig aan een nette knopstoel? "Hest schoon geliek, jong, " zei moeder. 'Kenst wel een aander wicht kriegen," zei vader.
In het dorp ging Tamme verder door het leven onder de naam Tamme Knopstoul.
Groningser kan het niet, denk ik nu.

Mattheus verhaalt de woorden van Christus: "Verzamel u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar, waar dieven stelen en inbreken, maar verzamelt u schatten in de hemel. Want waar uw schat is, daar zal uw hart zijn."

Was Tamme te vrekkig? Was hij te zeer gehecht aan het aardse slijk zodat hij het gerechtvaardigde verlangen van een jonge vrouw niet kon aanvoelen?
Of was Lize te pronkzuchtig en op haar manier te zeer gehecht aan het aardse slijk?

Willie, een jonge meid uit de zestiger jaren van de vorige eeuw kreeg op haar zestiende verjaardag een pick-up en een paar centen. Zij kocht voor die centen haar eerste plaatje van de Beatles. Dat plaatje heeft ze als een kostbaar kleinood haar hele leven bewaard. Voor haar vertegenwoordigde dat plaatje een diepe waarde. Het had ten diepste iets met haar tienertijd te maken, die zo belangrijk was voor de vrouw, die ze nu is.

Verzamelt u geen schatten op aarde, maar verzamelt u schatten in de hemel .

Laten wij het woordje hemel nu vertalen met 'diepe waarde'.

Auke ging verhuizen. Hij vreog mij nog een keer door zijn oude huis te gaan en te kijken of er nog iets van 'waarde' was blijven liggen. Ik keek in de hoop spullen die bedoeld waren voor de belt en vond nog een psalmboekje. Ik sloeg het open en zag in eenvoudig handschrift: ' Van heit voor Auke '. Ik belde Auke op. "Weet je", zei Auke, "dat weet ik wel, Dat is voor mij belangrijk, ik hoef het dan niet meer te hebben".
Wat dat betekende, maakt hij mij ongeveer drie jaar later dudielijk. Hij belde me op. Eigenlijk waren we elkaar uit het oog verloren. Hij zei : "Roelf, ik ben ziek en heb nog een paar maanden te leven". Een paar dagen later zat ik aan zijn bed en zei hij mij dat heel veel van zijn leven van diepe waarde was geweest, bijv. zijn vrouw en kinderen. Maar zei hij: "Ik ben niet gehecht aan dit leven". Een paar maanden later stierf rustig en kalm.
Auke had geen gemakkelijk leven gehad en daarin geleerd wat van waarde was en wat niet.

Later in zijn leven dringt het tot Tamme Maathuis door dat hij wel erg gierig is. Dat hij zo nu en dan wel eens wat een behoeftige gaf, deed daar niets van af.
Al die mooie drogredenen, die hij tot zijn verontschuldiging aanvoerde, werden niets bij dat weten...
Al zijn lezen en mediteren, zijn gaan naar Gods huis, zijn bidden en danken, bracht hem geen baat. Daartegenover stond zijn ' vastgeroest zijn ' aan het slijk der aarde.

God vraagt iets anders van de mens. Hij wil het hoogste zijn in het menschenhart. Hij eist alles op voor Zijn dienst.
Tamme vond geen rust meer. Hij kon 's nachts de slaap niet meer vatten en hoorde de mensen achter hem fluisteren: " Knopstoul, gierigoard ". Na een lange innerlijke strijd vond Tamme een andere houding ten opzichte van zijn bezit.

Tamme, Willie en Auke. Drie mensen die elk op hun eigen wijze bezig waren met de vragen rond schatten op aarde en schatten in de hemel.

R. Stoel