Spring naar inhoud

April 2014

De grote stad

Er is sinds de middeleeuwen een sterke trek te zien van mensen naar de grote stad. De stad heeft veel meer te bieden, daar is leven, daar zijn de mogelijkheden om je plekje te vinden. Allerlei soorten mensen met allerlei bijzondere creativiteit komen er samen en er ontwikkelen zich vele vormen van werkgelegenheid. De stad trekt...., vooral jonge mensen.

Maar er is nog een diepere reden om naar de stad te trekken. Nergens is men zo eenzaam als in de grote stad. Dat zegt Godfried Bomans. Wie daar het kleine nest van zijn gezin verlaat en de huisdeur achter zich sluit, wordt plotseling een silhouet in de straat, een voorbijganger, een naamloze. Bomans is daarover te negatief. Inderdaad is de mens een eenzaam wezen, maar ook in een dorp waar iedereen iedereen kent, waar op elkaar wordt gelet en men allemaal het beste met elkaar voorheeft, kan de menszich heel eenzaam voelen.

De mens moet nu eenmaal iets doen met die onmetelijke eenzaamheid in zijn ziel, anders vreet die hem op. En in die stad komt hij zijn eenzaamheid letterlijk tegen. Dan moet hij vrienden zoeken met wie hij kan praten, iets kan ondernemen, die hem helpen enz... Niemand zegt: "Ik help je want jij bent tenslotte mijn buurman". Zo kan hij door het dal van de eenzaamheid wandelen en die eenzaamheid echt overwinnen. Die basale eenzaamheid van de mens is de bron van zijn creativiteit. Velen lukt dat niet, zij bliven in kroegen hangen rond allerlei bedenkelijke lieden, raken aan alcohol, drugs, vervallen tot kleine criminaliteit. Dat is voor hen de manier om zich te verdedigen tegen het steeds knagender gevoel van eenzaamheid.

"Nergens is men zo eenzaam als in de grote stad", schreef Bomans. Helaas is dat niet goed gezegd, de stad kent zijn eenzamen, maar het dorp ook. Waar mensen zijn is eenzaamheid. Bomans verhaalt van een ontstellend bericht wat hij las, "Dode lag 54 dagen ongezien in auto".
Er was een handelsreiziger die zijn auto parkeerde bij de Porte de la Vilette in Parijs. Op 30 december trok hij het sleuteltje uit het contact en op hetzelfde moment werd hij door een hartverlamming getroffen. De man bleef onbeweeglijk achter het stuur zitten, dag in dag uit, week na week. Om zijn glazen cel klonken de schoten van het oude jaar, het klokkengebeier van het nieuwe jaar en het feestgedruis van het carnaval. Duizenden koplampen van passerende auto's gleden over zijn vaal gezicht en tienduizenden ogen van voorbijgangers moeten een fractie van een seconde in die dode blik gekeken hebben. Het was een druk punt en juist die drukte isoleerde de dode. Ieder had te veel haast om op te merken dat iemand geen haast meer had. Opgewaaid stof en zand deden de ruiten tot matglas worden zodat niemand de stumper meer zag.
Op een dag komt er een kind die doet wat vele kinderen graag doen: tekenen op de smerige ramen van de auto. Daar waar het kindervingertje het raam raakt, wordt de dode zichtbaar. Het kind ziet de man, hij loopt naar zijn vader en zegt: "Die meneer slaapt". Dan gaat vader echt kijken. Na 54 dagen pas ging er echt iemand kijken, ontdekt door een kind dat met zijn vinger tekent op een vieze auto.

"Wij", zo schrijft Bomans verder, "zullen even eenzaam sterven als die man. Het maakt niet het geringste verschil. Dat hoeft ook niet. Wij slapen slechts. Eens zal onze naam geschreven worden door een onschuldige hand en staan wij op".

De Lijdensweken en Goede Vrijdag

In dit verhaal van Godfried Bomans gaat het om twee grootheden, eenzaamheid en dood. Deze twee hebben heel veel met elkaar te maken. Stervend bevind je je, ondanks de mensen die dicht om je staan, in het veld van de eenzaamheid. In de lijdensweken gaat om om die twee grootheden. In de eerste zondag van de lijdensweken hebben we in de kerk het verhaal gelezen van de "Verzoekingen in de woestijn". Jezus laat zich dopen door Johannes de Doper in de Jordaan, vlak voordat hij zijn eigenlijke werk begint. Daarna gaat hij naar de woestijn en verblijft daar 40 dagen, vastend. Maar dan ook heel radicaal, zodat hij na veertig dagen lichamelijk en geestelijk er slecht aan toe was. Dan staat opeens de satan naast hem en zegt hem van stenen brood te maken. Dat zou misschien kunnen, maar Jezus laat zijn toestand niet de baas worden over alles. Die stenen blijven stenen. Dan neemt de satan Hem mee naar het dak van de tempel en zegt: "Spring maar naar beneden, de engelen zullen je wel opvangen". Misschien, maar Jezus blijft zichzelf en zegt: "Ga weg satan, je zult God niet op de proef stellen". En tenslotte biedt de satan Jezus vanaf de hoogste berg alle macht van de wereld aan, wanneer Jezus hem zou dienen. "Alleen God zul je dienen", is het antwoord.

Vaak zoekt Jezus de eenzaamheid en de stilte om te bidden, weg van alle mensen. Voor Hem is eenzaamheid en stilte geen angstbron maar krachtbron. Zijn laatste avond trekt Hij Jeruzalem in naar het park Gethsemané. Hij vraagt zijn leerlingen even te waken want Hij wil verder bidden. Dan slaat ook bij Hem de angst toe. Hij bidt: "Laat deze beker aan mij voorbijgaan". Hij keert terug en ziet dat zijn leerlingen slapen. Hij voelt wat dat betekent. Even later komen de soldaten en nemen Hem gevangen. Na een schijnproces wordt Christus ter dood veroordeeld, direct naar Golgotha geleid. Zijn laatste woorden aan het kruis waren: "Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen".

Een dolk in het hart van het menselijk bewustzijn. Wat weten mensen van eenzaamheid en dood? Op allerlei manieren masseren ze de pijn daarvan weg. Door het vertier in de stad, de sport, massaconcerten, commerciele erotiek, kroegen, drugs enz. De dood maken wij tot een medisch, technisch gebeuren, zover mogelijk weg van haar dramatische vernietigingskracht. In allerlei boodschappen wordt die mens verteld, dat als hij maar beweegt, gezond eet, matig drinkt, trouw aan preventieve bevolkingsonderzoeken meedoet, ja, dan wacht hem een lang, lang leven. Daartussen toch nog een dame die zegt: "We zijn zo erg met onze gezondheidbezig, dat we er ziek van worden".Waten weten wij er eigenlijk van?Christus treedt die eenzaamheid en die dood tegemoet in alle openheid.Hij ziet de grijnzende ogen, maar wijkt niet.Maar de stad houdt haar diepe eerbied voor deze Christus-mythe. Ondanks het feit dat de kerk decennia lang in de steden een kwijnend bestaan lijdt en het ene na het andere kerkgebouw moet sluiten en gesloopt worden, blijven duizenden in de lijdenstijd geboeid en bezoeken grote optredens als Passion en wat tijd geleden Jesus Christ Superstar. De Mattheuspassion van Bach wordt elk jaar weer gezongen. We weten niet wat we doen, maar we laten het ook niet los.

Paasmorgen

Godfried Bomans schreef over dat kind dat op de ruiten van die auto tekende. "We zullen eenzaam stervan als die man in die auto". Het kind had gelijk. Wij slapen slechts! Eens zal onze naam geschreven worden door een onschuldige hand en staan wij op. In het opstandingsverhaal van de paasmorgen wordt verteld dat drie vrouwen, onder wie Maria Magdalena op weg zijn naar het graf. Zij willen het lichaam van Jezus zalven. Onderweg vragen zij zich af hoe zij de steen voor het graf weg zullen rollen. Wanneer ze bij het graf zijn, blijkt de steen reeds weggerold te zijn. Ze waren stomverbaasd. En toen zij het graf binnengingen, zagen zij een jonge man zitten in een wit gewaad. Maar het lichaam van Christus was er niet. Een jonge man in wit gewaad met een onschuldige hand, die meldde dat Christus was opgestaan.
We weten niet, we begrijpen niet, gelukkig hebben we schrijvers als Godfried Bomans, die iets weten op te schrijven van zoveel wat ons verstand te boven gaat.

R. Stoel